In de economie wordt veel gepubliceerd in boeken en tijdschriften. De belangrijkste tijd-schriften op het gebied van economie zijn25: Journal of Political Economy, Quarterly Jour-nal of Economics (QJE), Ecomometrica (ECMA), Review of Economic Studies (REStud), American Economic Review (AER), The Economic Journal (EJ), Journal of Monetary Economics (JME), Journal of Economic Theory (JET), The Review of Economics and Statis-tics (REStat) en European Economic Review (EER). De belangrijkste uitgevers zijn University of Chicago Press, MIT Press, Econometrics Society, Elsevier, American Eco-nomic Association, Blackwell. Bij boeken zijn uitgevers als Oxford- en Cambridge Univer-sity Press van belang.
Voor economie besteedde de UB Amsterdam in 2008 bijna € 3 ton, waarvan 80% voor on-line toegang tot tijdschriften en databases26.
Publicaties
De Faculteit Economie en Bedrijfskunde produceert jaarlijks ca. 600 wetenschappelijke publicaties, waarvan een kleine 100 boeken of boekhoofdstukken, ruim 300 tijdschriftarti-kelen, 9 dissertaties, ruim 150 rapporten / working papers en overige publicaties27.
Bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) wordt onderzoek volgens vastgestelde criteria beoordeeld. Tijdschriftartikelen worden kwalitatief in 3 categorieën gerangschikt: artikelen in A, B en C tijdschriften. Een artikel levert per categorie een bepaald aantal pun-ten op (A= 100 punten, B=50 punten , C was vroeger 25 punten, maar sinds 2 jaar levert een artikel in de C categorie 0 punten op). Voor een boek of boekhoofdstuk valt ook 100 punten te verdienen. Het hangt wel van het soort publicatie af, bijv. of het boek gepubliceerd wordt bij een gerespecteerde uitgever. Studieboeken leveren bijv. geen punten op. Dit geldt ook voor working papers, omdat dit type publicatie bij de FEB als een artikel in bewerking wordt beschouwd dat uiteindelijk zal leiden tot een artikel.
Een onderzoeker heeft jaarlijks minimaal 100 punten nodig om de maximaal haalbare on-derzoekstijd (0,5 fte) te krijgen. Bij 50-99 punten krijgt een onderzoeker 0,25 fte onder-zoekstijd toebedeeld; bij 1-49 punten 0,125 fte. Het zijn alleen internationale publicaties die er toe doen. Er zijn weinig Nederlandse peer reviewed tijdschriften. Slechts enkele vakgebieden binnen economie zijn wel specifiek met de Nederlandse taal verbonden, zoals bijv. actuariaat en fiscale economie. Voor onderzoekers is het dus belangrijk om in boeken of prestigieuze tijdschriften voor een internationaal publiek (A-tijdschriften) te publiceren.
In de DOAJ staan 158 open access tijdschriften genoemd (Business en Management + Economics), en 37 hybride tijdschriften. Geen van de prestigieuze tijdschriften in het vak-gebied is een open access tijdschrift. De open access tijdschriften Economics Bulletin en Theoretical Economics zijn wel tijdschriften met veel potentie, maar hebben (nog) geen impact factor. Onder de hybride uitgevers in dit vakgebied bevinden zich o.a. Springer Ver-lag en Oxford University Press, Routledge en Blackwell.
Een alternatief zou het publiceren van de pre-print of het final peer-reviewed manuscript van het uiteindelijke gepubliceerde artikel kunnen zijn. Veel tijdschriftuitgevers in dit vak-gebied staan dit wel toe. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de in dit vakgebied zeer populaire working papers. Het verspreiden van working papers wordt gedaan om vóór de definitieve peer review met elkaar van gedachten te wisselen over het onderzoek zodat al veel commentaar voor de peer review in de publicatie kan worden verwerkt.
Repositories
De belangrijkste repository in dit vakgebied is RePEc28. Deze internationale repository voor working papers wordt door economen veel gebruikt. Sinds enkele jaren is NEEO29 (Network of European Economists Online) opgericht. Deze repository kan echter niet door alle economen worden gebruikt, je mag alleen deponeren op uitnodiging.
Redenen waarom economen geen gebruik maken van de institutionele repository zouden kunnen zijn:
- Publicaties moeten direct na verschijnen zichtbaar zijn, ze moeten up-to-date zijn. Veel onderzoekers houden lijsten op hun persoonlijke pagina bij met toegankelijke working papers.
- Publicaties moeten worden geïndexeerd door Google Scholar.
- Het verschilt per subdiscipline. Aanlevering hangt samen met enthousias-me, inzet en prioriteitsstelling van de onderzoeksdirecteuren.
- Sommige publicaties (rapporten) zullen nooit full-text beschikbaar komen omdat het om bedrijfsrapporten gaat die in voorkomende gevallen gevoeli-ge informatie bevatten.
Aandachtspunten
Als onderzoekers zelf zouden kunnen invoeren in Metis en er daardoor minder schakels in de workflow doorlopen moeten worden, zouden hun publicaties sneller zichtbaar kunnen zijn. Op hun persoonlijke pagina's hoeft dan ook niet meer met eigen lijstjes met publicaties gewerkt te worden.
Aangezien bij economie nog materiaal in druk verschijnt, verwachten onderzoekers dat hun gedrukte publicaties wel duurzaam bewaard zullen blijven. Onderzoekers zouden meer op de voordelen van permanente digitale beschikbaarheid van hun publicaties gewezen moe-ten worden. Ook indexering door Google Scholar van het materiaal in de repository zou hen over de streep kunnen trekken waardoor zij met meer overtuiging de onderhandelingen met de uitgever kunnen aangaan.
Conclusie
Open access speelt in dit vakgebied nog geen belangrijke rol. RePec is in eerste instantie opgezet om de kwaliteit van publicaties te verbeteren, en minder om publicaties beter toe-gankelijk te maken. De uitgevers van tijdschriften staan opname van de pre-print of post-print in repositories over het algemeen toe, dus daar zijn veel mogelijkheden. Problemen lijken meer te zitten in de workflow (publicaties na verschijnen direct beschikbaar hebben) en de service (indexering door Google Scholar). Aangezien onderzoekers hun publicaties nu op hun persoonlijke webpagina zetten, moet hen ook duidelijk kunnen worden gemaakt, dat het omdraaien van de workflow (opnemen in de repository en verwijzen naar de stabie-le url) een duurzame toegankelijkheid garandeert en de indexering verbetert.