Geneeskunde en Tandheelkunde
Binnen geneeskunde verschijnen jaarlijks wereldwijd 2 miljoen artikelen in ca. 6.000 tijd-schriften (meest digitaal) in 80 vakgebieden. De belangrijke tijdschriften voor geneeskunde zijn: Journal of the American Medical Association, New England Journal of Medicine en The Lancet; en voor tandheelkunde Arthritis and Rheumatics in Research, Journal of Bone and Mineral Research, FASEB journal, Chemistry and Biology, Clinical Infectious Diseases en Journal of Dental Research.
Tandheelkundige tijdschriften worden door zeer veel verschillende uitgevers uitgegeven, en blijken niet te zijn geconcentreerd bij bepaalde uitgeverijen. De belangrijke uitgevers voor geneeskunde zijn Elsevier, Springer, Kluwer, Nature en vakverenigingen. Soms werken vakverenigingen echter samen met uitgevers. Zo werkt de vakvereniging neurologie bijvoorbeeld samen met Elsevier. Er wordt ook veel gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde dat wordt uitgegeven door Bohn, Stafleu & van Lochum dat onlangs is overgenomen door Springer. De meeste academische ziekenhuizen hebben toegang tot de belangrijkste medische tijdschriften, ook al is deze toegang zeer kostbaar. Het AMC besteedt jaarlijks ca. € 1,3 miljoen aan abonnementen op tijdschriften (met een jaarlijkse prijsstijging van ca. 5%). Pas als er flink gesneden zou worden in de abonnementen en als gevolg daarvan de toegang vermindert, zou open access ook voor Nederlandse academische ziekenhuizen een issue worden.
Publicaties
De wetenschappelijke output van het AMC is ca. 3.000 publicaties per jaar, waarvan 2.000 in tijdschriften met een impact factor, 160 dissertaties, 200 rapporten en ca. 800 overige publicaties. Bij ACTA, de faculteit Tandheelkunde van de UvA en de VU, verschenen in bijv. 2006 151 artikelen in tijdschriften met een impact factor (waar bij 104 artikelen de eerste auteur verbonden is aan ACTA), 51 artikelen in internationale peer-reviewed tijdschriften, 114 vakpublicaties en 11 dissertaties. De publicaties van het AMC (en van alle Nederlandse UMC's) worden jaarlijks door het Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies (CWTS) bibliometrisch onderzocht. Het CWTS kijkt bij dit onderzoek o.a. naar:
- het aantal publicaties in internationale peer-reviewed tijdschriften
- het aantal publicaties in tijdschriften met een hoge impact
- het aantal keer dat deze publicaties (door andere onderzoekers) zijn geciteerd
Internationale peer-reviewed tijdschriften met een hoge impact
Voor medici is het van groot belang om te publiceren in internationale peer-reviewed tijdschriften met een zo hoog mogelijke impact. Binnen de geneeskunde zijn er goede voor-beelden van open access tijdschriften met een hoge impact:
- CA: A Cancer Journal for Clinicians, Impact Factor: 69.026
- Journal of Clinical Investigation, Impact Factor: 16.915
- PLoS Medicine, Impact Factor: 12.601
Onderzoekers uit dit vakgebied bij de UvA zijn zeer geïnteresseerd in (en ook bekend met) het open access publiceren van de uitgeversversie en het betalen van een fee, omdat 80% van het OA fonds bij de UvA door het AMC wordt gebruikt.
In de Directory of Open Access Journals (DOAJ) staan momenteel 428 open access tijd-schriften9 en 143 hybride tijdschriften op medisch gebied vermeld. Voor tandheelkunde zijn dat er respectievelijk 39 en 4. Een groot deel van de tijdschriften in de DOAJ zijn peer-reviewed. De grote open access uitgever in dit vakgebied is BioMed Central, maar veel uitgevers in dit vakgebied bieden dus ook de mogelijkheid om via betaling een artikel in een traditioneel abonnementsgebonden tijdschrift open access te publiceren via het hybride model.
Een alternatief zou het open access publiceren van de final peer-reviewed manuscript in de institutionele repository en in de vakgebonden repository PubMed kunnen zijn. Maar dat is in dit vakgebied niet altijd toegestaan door de uitgevers. Elsevier en Springer staan opname van het final peer-reviewed manuscript toe, maar Nature en American Medical Association, uitgever van Journal- American Medical Association bijvoorbeeld niet. Daarbij komt dat ook het AMC zelf geen voorstander is van opname van deze versie in UvA-DARE.
Citaties
Ook is het voor medici van belang om geciteerd te worden. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat publicaties die open access toegankelijk zijn meer geciteerd worden. Het kan dus voor onderzoekers in de geneeskunde van belang zijn dit punt te benadrukken.
Repositories
PubMed Central11 is de repository van dit vakgebied, en Web of Science van ISI (weliswaar geen repository) een zeer belangrijke bron voor vakliteratuur. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van EMBASE12 voor Europese titels op biomedisch en farmacologisch gebied. Ook Google Scholar wordt door medici steeds vaker genoemd als bron. Mede door het succes van PubMed hebben medici minder interesse voor de institutionele repository. Om vakgenoten te bereiken is publiceren in PubMed voldoende. Andere redenen waarom de institutionele repository niet aanslaat zouden kunnen zijn:
- Gebrek aan duidelijk kwaliteitsonderscheid.
- Duurzaam archiveren wordt niet nodig geacht. De halfwaarde tijd van een artikel is hooguit vijf jaar.
- Deponeren kost teveel tijd, en zou dus heel gemakkelijk moeten worden gemaakt.
- Geen behoefte om het 'gevecht' met de uitgever aan te gaan.
Aandachtspunten
Het tweede punt over duurzaam archiveren is uiterst discutabel, en verdient meer aandacht. Veel belangrijk onderzoek naar bijvoorbeeld antrax is rond 1900 gedaan, maar slechts gedeeltelijk bewaard gebleven. Hierdoor is er essentiële informatie - waar enkele jaren geleden opeens grote behoefte aan was vanwege de poederbrieven die na 11 september 2001 verstuurd werden - verloren gegaan.
Een ander punt wat benadrukt zou kunnen worden, is de vindbaarheid van materiaal uit de institutionele repository door Google Scholar. Als de resultaten uit de institutionele repository hoog scoren in Google Scholar, zou - nu steeds meer onderzoekers Google Scholar als bron gebruiken - plaatsen in een institutionele repository voor onderzoekers toch interessant kunnen worden.
Met name bij tandheelkunde blijkt het soms moeilijk aan artikelen te komen die nu nog al-leen in papieren tijdschriften verschijnen, zoals het Nederlands Tandartsenblad of het (af-geschermde) Nederlands Tijdschrift voor KNO, maar ook hier is het idee dat de kosten niet tegen de baten zouden opwegen om deze in de repository op te nemen.
Conclusie
In het medische vakgebied zijn er veel mogelijkheden om open access te publiceren in peer-reviewed tijdschriften. Dat geldt zowel voor open access tijdschriften als voor het hybride model. Veel medici weten al van het bestaan, want er wordt veel gebruik gemaakt van het OA fonds bij de UvA. Deze weg (Golden Road) is wel kostbaar omdat de auteur(s) of opdrachtgever per artikel moeten betalen. Daar staat tegenover dat er ook veel geld in het onderzoek wordt geïnvesteerd, waardoor de kosten voor open access publiceren voor medici relatief mee (kunnen) vallen. Het archiveren van de (definitieve) auteursversie (Green Road) is ingewikkelder omdat lang niet alle uitgevers het publiceren van de (definitieve) auteursversie toestaan.
De concurrentie van de PubMed, de internationale repository op het medische vakgebied, is (te) groot voor institutionele repositories. Het moet de onderzoeker wel heel gemakkelijk worden gemaakt wil hij/zij uit eigen initiatief zijn publicatie (ook) in de institutionele repository plaatsen.