De belangrijke tijdschriften voor alle exacte wetenschappen zijn Science, Nature en PNAS. Verder kent elke subdiscipline vaak nog een aantal toptijdschriften, zoals bijv. Physcial Review Letters (natuurkunde) en Journal of the American Chemical Society (scheikunde). De belangrijkste uitgevers zijn, Elsevier, Springer, Wiley, Nature, etc. en de vakgebonden societies. Op Nederlandstalig gebied wordt er zeer weinig gepubliceerd.
De meeste faculteiten in Nederland zullen toegang hebben tot de belangrijkste tijdschriften, maar deze toegang is vaak zeer kostbaar. De Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskun-de en Informatica (FNWI) besteedt jaarlijks ca. € 8 ton aan online toegang tot tijdschriften en databases en ca. € 2 ton aan gedrukt materiaal.
Publicaties
De wetenschappelijke output van het FNWI beslaat jaarlijks ca. 1.500 wetenschappelijke publicaties. In het jaarverslag van 2007 gaat het specifiek om 1583 artikelen (waarvan 1141 peer-reviewed en 172 niet peer-reviewed) en 74 promoties. In dat jaar was de FNWI be-trokken bij 14 octrooi-aanvragen15.
De publicaties van de instituten van de FNWI worden eens in de 6 jaar door het Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies16 (CWTS) bibliometrisch onderzocht. Het CWTS kijkt bij dit onderzoek o.a. naar:
- het aantal publicaties in internationale peer-reviewed tijdschriften
- het aantal publicaties in tijdschriften met een hoge impact
- het aantal keer dat deze publicaties (door andere onderzoekers) zijn geciteerd
Internationale peer-reviewed tijdschriften met een hoge impact
Voor onderzoekers is het van groot belang om te publiceren in internationale peer-reviewed tijdschriften met een zo hoog mogelijke impact. Binnen de exacte wetenschappen zijn er enkele voorbeelden van open access tijdschriften met een hoge impact18:
- Plos Biology, Impact Factor: 13.501
- Atmospheric Chemistry and Physics (ACP), Impact Factor: 4.865
- Optics express, Impact Factor: 3.709
Onderzoekers uit dit vakgebied moeten redelijk geïnteresseerd zijn in open access publiceren, omdat FNWI redelijke goed gebruik maakt van het OA fonds bij de UvA19.
In de Directory of Open Access Journals (DOAJ) staan momenteel 521 open access tijd-schriften en 410 hybride tijdschriften voor de betawetenschappen vermeld.
| Vakgebied binnen FNWI | open access | hybride |
|---|---|---|
| Biologie | 149 | 86 |
| Chemie | 89 | 105 |
| Wiskunde en statistiek | 159 | 123 |
| Natuurkunde | 52 | 86 |
| Astronomie | 15 | 9 |
| Informatica | 57 | 1 |
| Totaal | 521 | 410 |
Een groot deel van de tijdschriften in de DOAJ zijn peer-reviewed. De belangrijkste open access uitgever in dit vakgebied is PLOS, maar veel uitgevers in dit vakgebied bieden dus ook de mogelijkheid om via betaling een artikel in een traditioneel abonnementsgebonden tijdschrift open access te publiceren via het hybride model.
Een alternatief zou kunnen zijn het open access publiceren van de final peer-reviewed ma-nuscript in de institutionele repository en een vakgebonden repository. Maar dit wordt door uitgevers in sommige vakgebieden niet toegestaan. The American Chemical Society, een van de belangrijkste uitgevers voor scheikundigen, staat opname van welke versie dan ook niet toe.
Citaties
Ook is het voor onderzoekers in de exacte wetenschappen van belang om geciteerd te wor-den. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat publicaties die open access toegankelijk zijn meer geciteerd worden. Het kan dus voor onderzoekers in de beta-wetenschappen zinvol zijn dit punt te benadrukken.
Repositories
De exacte wetenschappen hebben repositories voor verschillende subdisciplines:
- Astronomie: ADS (abstracts en full-text artikelen) adswww.harvard.edu/
- Wiskunde: Mathscinet: /http://www.ams.org/mathscinet/search.html
- Theoretische Fysica: qspires: http://www-spires.fnal.gov/
- Scheikunde: geen repository (abstracts worden gezocht via het kostbare Scifinder)
- Wiskunde, Natuurkunde, Informatica: ArXiv - pre-prints
- Informatica: werken vooral met proceedings. Wetenschappelijke output van informatici staat niet in tijdschriften. Proceedings zijn lastiger te vin-den en wellicht ook minder copyright gevoelig. Springer Verlag is daar (al) op ingesprongen met de series "Lecture Notes in ..."
- Biologie is nog vrij traditioneel. In dat vakgebied werkt men nauwelijks met pre-prints. Het gaat om artikelen in wetenschappelijke tijdschriften met copyrights. In de medische biologie wordt PubMed gebruikt.
Voor alle bovenstaande subdisciplines is Web of Science van ISI (weliswaar geen reposi-tory) de belangrijkste bron voor vakliteratuur. Ook Google Scholar wordt steeds vaker ge-noemd als bron. Mede door het success van bijvoorbeeld arXiv hebben bijvoorbeeld na-tuurkundigen en astronomen minder interesse voor de institutionele repository. Om vakge-noten te bereiken is publiceren in arXiv voldoende. Informatica en Biologie lijken daarom de subdisciplines waar de institutionele repository nog van waarde kan zijn.
Redenen waarom de institutionele repository niet aanslaat zouden kunnen zijn:
- Duurzame opslag speelt niet. Artikelen verouderen snel in de beta-wetenschappen.
- Onderzoekers zelf schijnen niet geïnteresseerd om de (definitieve) auteurs-versie in de repository te deponeren omdat er dan geen tabellen, plaatjes of grafieken zouden kunnen worden geplaatst.
- Voor onderzoekers binnen FNWI heeft de repostirory geen nut. De meeste artikelen zijn toch al full-text beschikbaar bij grote commerciële uitgevers.
Aandachtspunten
Het punt over duurzaam archiveren is uiterst discutabel, en verdient meer aandacht. Een deel van het onderzoek veroudert snel, maar dat geldt lang niet voor al het onderzoek (wis-kunde, klimaatonderzoek, biodiversiteit, etc.).
Een ander punt wat benadrukt zou kunnen worden, is de vindbaarheid van materiaal uit de institutionele repository door Google Scholar. Als de resultaten uit de institutionele reposi-tory hoog scoren in Google Scholar, zou - nu steeds meer onderzoekers Google Scholar als bron gebruiken - plaatsen in een institutionele repository voor onderzoekers toch interessant kunnen worden.
Grafieken en tabellen kunnen wel samen met de (definitieve) auteursversie gedeponeerd worden in de repository. Hier zou nog eens extra op gewezen kunnen worden.
Twee subdisciplines (biologie en informatica) zouden gebruik kunnen maken van UvA-DARE voor prepublishing (à la arXiv) omdat het uitgeven via de reguliere uitgevers vaak nog gemiddeld vijf maanden duurt.
Conclusie
In de exacte wetenschappen zijn redelijk veel mogelijkheden om open access te publiceren in peer-reviewed tijdschriften. Dat geldt zowel voor open access tijdschriften als voor het hybride model. Redelijk veel onderzoekers weten van het bestaan omdat er steeds meer on-derzoekers gebruik maken van het OA fonds. Deze weg (Golden Road21) is wel kostbaar omdat de auteur(s) of opdrachtgever per artikel moeten betalen. Daar staat tegenover dat er ook veel geld in het onderzoek wordt geïnvesteerd, waardoor de kosten voor open access publiceren voor onderzoekers relatief mee (kunnen) vallen.
Het archiveren van de (definitieve) auteursversie (Green Road) is ingewikkelder omdat lang niet alle uitgevers het publiceren van de (definitieve) auteursversie toestaan.
De concurrentie van de arXiv e.a. internationale repositories op het vakgebied, is (te) groot voor institutionele repositories. Het moet de onderzoeker wel heel gemakkelijk worden gemaakt wil hij/zij uit eigen initiatief zijn publicatie (ook) in de institutionele repository plaatsen. Dit geldt echter niet voor biologie en informatica, waar mogelijk nog wel winst is te behalen.