Manieren om kwaliteit te bevorderen
De discussie over kwaliteit van onderzoek in het HBO heeft een aantal facetten. Deze lopen in de discussie nogal eens door elkaar heen. In onderstaande figuur is geprobeerd deze facetten te benoemen.
Het onderzoekproces aan het HBO kent input (geld, middelen, mensen, informatie etc.) en output (kennis, publicaties, relatienetwerken etc.). daartussen speelt zich het onderzoekproces af. Het onderzoekproces kan alleen goed verlopen wanneer binnen de hogeschool aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan: een klimaat van professionele nieuwsgierigheid, de juiste competenties bij de onderzoekers, een manier van leidinggeven en aansturing waarin onderzoek de mogelijkheid krijgt zich te ontplooien, goede relaties met het onderwijs zodat onderzoek kan bijdragen aan de kwaliteit etc. Aan de hand van dit simpele model zijn de manieren te benoemen waarmee de kwaliteit van onderzoek kan worden bevorderd, waaronder onderzoek dat via Open Access wordt gepubliceerd: gebruiken van inhoudelijke kwaliteitscriteria, nemen van kwaliteitsbevorderende maatregelen tijdens het onderzoek, gebruik van input- en output indicatoren ten behoeve van prestatiemeting en -beoordeling, invoeren van een kwaliteitszorgsysteem, houden van toezicht op de kwaliteitszorg, het gebruik van een gedragscode onderzoek en een beroepsprofiel voor lectoren en het verbeteren van de randvoorwaarden voor onderzoek. Al deze methoden kunnen bijdragen aan het borgen van kwaliteit van Open Access gepubliceerd onderzoek.
Gebruiken van kwaliteitscriteria
Binnen het onderzoekproces hanteert de onderzoeker - al dan niet bewust - bepaalde kwalitatieve en inhoudelijke kwaliteitscriteria. Zo moet de probleemstelling afgebakend zijn, relevant voor de praktijk en verankerd in de literatuur. Ook de output dient aan inhoudelijke kwaliteitscriteria te voldoen. De informatie moet valide zijn en adequaat voor het beantwoorden van de probleemstelling.
Het gaat hier om de kwaliteit van individuele onderzoeksprojecten. Binnen het HBO is de discussie over deze inhoudelijke criteria voor onderzoeksprojecten nog maar beperkt op gang gekomen. Elders op deze Wiki staat meer informatie over vijf initiatieven op dit gebied.
Nemen van kwaliteitsbevorderende maatregelen
De onderzoeker kan tijdens het onderzoeksproces al heel veel doen om te garanderen dat er aan het eind producten van hoge kwaliteit uit het onderzoek komen. Het op een juiste manier hanteren van onderzoekmethoden en technieken is hierbij van groot belang.
Een andere stap die heel gebruikelijk is bij academisch onderzoek is de 'peer review' of 'collegiale toetsing'. Dit is een methode om de kwaliteit van (geschreven) werk te verbeteren door het werk te onderwerpen aan de kritische blik van een aantal gelijken (Engels: peers) van de auteur. Dit gebeurt bij heel veel wetenschappelijke tijdschriften. Nadeel is dat het onderzoek dan al vrijwel is afgerond en fundamentele fouten niet meer zijn te herstellen. Daarom is het goed als de onderzoeker al tijdens het onderzoek stappen inbouwt om de kwaliteit te borgen. Andriessen en Van Weert (2008) stellen drie typen activiteiten voor:
- zoveel mogelijk gebruik maken van reeds beschikbare kennis,
- regelmatig bij opdrachtgever en gebruikers valideren dat het resultaat de goede kant op gaat,
- regelmatig reviewen of de aanpak en het resultaat voldoen aan een aantal expliciet geformuleerde kwaliteitscriteria.
Prestatiemeting en beoordeling
Er is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor het monitoren en beoordelen van lectoraten. Het gaat hier om de beoordeling van de kwaliteit van lectoraten en niet om de beoordeling van de kwaliteit van individuele onderzoeken. De discussie over kwaliteit wordt vaak vernauwt tot een discussie over kwalitatieve en kwantitatieve prestatie-indicatoren. Elders op deze Wiki wordt ingegaan op prestatie-indicatoren.
Kwaliteitszorgsysteem
Volgens het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) moet iedere hogeschool een kwaliteitszorgsysteem voor onderzoek hebben. Evaluaties van onderzoekseenheden -dat kunnen lectoren, groepen en/of kenniscentra zijn- door onafhankelijke evaluatiecommissies moeten hierin centraal staan. Elke onderzoekseenheid moet eens per zes jaar geëvalueerd worden. Deze evaluaties vinden plaats door commissies die bestaan uit externe onafhankelijke deskundigen, zoals lectoren, onderzoekers en stakeholders. Het bestuur van de hogeschool draagt zorg voor het samen- en instellen van deze commissies. Hieraan gaat een zelfevaluatie vooraf.
Een goed kwaliteitszorgsysteem monitort niet alleen de prestaties van de onderzoekseenheden maar kijkt ook of binnen de hogeschool de randvoorwaarden aanwezig zijn voor onderzoek.
Toezicht op kwaliteitszorg
Het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek bepaalt dat de Validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek iedere zes jaar de kwaliteitszorgsystemen van hogescholen op het aggregatieniveau van de instelling gaat evalueren en valideren voor zover de kwaliteitszorg betrekking heeft op het (praktijkgerichte) onderzoek van de hogeschool.
Bevorderen van goed gedrag van de onderzoeker
Onderzoek is mensenwerk. Kwaliteit van onderzoek staat of valt met het gedrag van de onderzoeker. Een middel om goed gedrag van de onderzoeker te bevorderen is het hanteren van een gedragscode. Een gedragscode beschrijft gewenst gedrag van een gespecificeerde groep beroepsbeoefenaren bij het uitvoeren van een bepaalde taak en is bedoeld de integriteit van dat gedrag te bevorderen. Het idee is dat dit gewenste gedrag uiteindelijk bijdraagt aan een betere kwaliteit van het eindproduct. Een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek beschrijft dus gewenst gedrag van medewerkers en studenten in het HBO bij uitvoering van de "taak" onderzoeken. Een gedragscode legt dus niet vast wat goed onderzoek (als resultaat) is, maar uitsluitend wat goed onderzoek (als activiteit) is en wat het betekent voor het gedrag van de praktijkonderzoeker. Op 16 oktober 2010 heeft de HBO-raad een Gedragdscode Praktijkgericht Onderzoek voor het HBO vastgesteld en als handreiking toegestuurd aan alle HBO instellingen. De tekst van de code en de verantwoording van de commissie die hem heeft opgesteld zijn te vinden op www.lectoren.nl.
Beroepsprofiel voor lectoren
Hieraan verbonden speelt de discussie over een beroepscode of beroepsprofiel voor lectoren. Binnen het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek werken lectoren aan de ontwikkeling van hun beroep en zij willen de kwaliteit ervan en ook de aanduiding van hun functie beschermen. Vanuit de Forum is nagegaan of er zou kunnen worden gekomen tot bescherming van de aanduiding 'lector'. De conclusie is dat een register niet zinvol is maar dat een beroepsprofiel wel een nuttige functie kan vervullen. Elders op deze Wiki wordt hier nader op ingegaan.
Verbeteren van de randvoorwaarden voor onderzoek
Misschien wel de grootste sprong in kwaliteit is te maken door de randvoorwaarden voor het doen van onderzoek in het HBO te verbeteren. Met name de onderzoekscompetenties van medewerkers schieten vaak nog te kort. Wanneer er betere onderzoekers binnen het HBO beschikbaar komen zal ook de kwaliteit van het onderzoek verbeteren. Dit vraagt een stevig ingezet hrm-beleid van de hogescholen.